Op de e-bike door het bos

[printicon align='right']

Op de e-bike door het bos

Op een prachtige nazomer dag fiets ik op mijn e-bike naar huis. Voor degenen die dat niet weten: een e-bike is een elektrische fiets die door middel van een elektromotor en spierkracht wordt aangedreven. Ik besluit nog een eindje om te fietsen door het bos. Na 10 minuten laat ik de drukte van de stad achter me en fiets het bos in. De rust overvalt me, ik snuif de boslucht op, de zon schijnt tussen de bomen door en geeft een weldadige warmte. De bomen beginnen hun blaadjes al te verliezen en de kleur van de bladeren verandert langzaam van hun gebruikelijke groene kleur naar een reeks kleuren, die varieert van geel, oranje tot rood en bruin.

Hier word ik blij van. Zachtjes zet ik een lied in, ook al is er niemand te bekennen, je weet nooit wat er verscholen in het bos zit. Vreemd… ik hoor geen vogels? Een groepje ganzen loopt op het gras en gakt naar me als ik langs kom. Lachend fiets ik verder. Op een gegeven moment kijk ik even in mijn achteruitkijk spiegel en zie heel in verte iemand fietsen. Nog iemand die geniet van het heerlijke weer, denk ik. Even later kijk ik weer in mijn spiegeltje en zie dat deze figuur heel hard fietst. Met een schok realiseer ik me dat hij mij probeert in te halen. Tegelijkertijd komt de realisatie dat op ditzelfde pad een psychisch gestoorde jonge man, vrouwen heeft aangevallen. Ik val bijna van mijn fiets, alle kracht vloeit uit mijn lichaam. Ik tril en mijn hart begint te bonken. In een fractie van een seconde denk ik “ik stap af en zie wel wat er gebeurt” maar toch herpak ik mezelf en met trillende handen probeer ik mijn trapondersteuning op de hoogste stand te zetten wat pas na een paar pogingen lukt. Net als bij versnellingen heeft de trapondersteuning een aantal standen, de hoogste stand geeft de meeste ondersteuning en daar kan je 25 km per uur mee halen.

Ik begin te fietsen, mijn benen trillen zo erg dat ik de pedalen haast niet rond krijg en voor mijn gevoel kom ik geen centimeter vooruit. “Kom op, je kan het”, zeg ik tegen mezelf, “je wilt je kleinkinderen volwassen zien worden”. En warempel. Het trillen houdt op en diep over het stuur gebogen fiets ik of mijn leven ervan afhangt (wat voor mijn gevoel ook zo is). Ik durf niet meer in mijn spiegeltje te kijken en concentreer me op de weg. Dit pad uit, dan nog eentje en dan zit ik in de bewoonde wereld waar me niks meer kan gebeuren! Ik voel mijn hoofd langzaam opzwellen, mijn hart bonst zowat uit mijn lijf en de spieren in mijn benen beginnen te verzuren…doorgaan….doorgaan. Met de moed der wanhoop fiets ik door, daar komt de eerste bocht in zicht, nu nog maar één. Ik vlieg over het laatste pad en zie in de verte de eerste huizen al staan.

Een vrouw die haar hond uitlaat kijkt me bevreemd en met open mond aan, ik kan niks zeggen en fiets nu wat langzamer door tot aan de brug, daar stap ik af. Ik zak bijna door mijn trillende benen heen en zie voor een moment sterretjes. Over de brugleuning hangend probeer ik weer tot mezelf te komen als ik plotseling achter me hoor “Sjongejonge zeg, jij fietst als een bezetene, ik probeerde je in te halen, maar ben nu kapot!” Mijn achtervolger was mijn eigen man.

Will houdt van mooie verhalen. En ze opschrijven kan ze heel goed! In de rubriek WILL’S HOEKJE vertelt onze blogger Will over haar dagelijks leven en hoe nieuwe technologie daarin een grote of kleine rol speelt.